Is God dood en begraven?

Binnenkort op Goede Vrijdag zullen we weer gedenken dat Jezus Christus rond het jaar 30 te Jeruzalem de kruisdood is gestorven. Daarna vieren wij met Pasen dat Jezus uit de dood is opgestaan.  Dit paasfeest kunnen wij vieren omdat velen die Jezus nog tijdens zijn leven in Palestina gekend hadden, vaak met het offer van hun leven, getuigden dat de gekruisigde Jezus niet dood meer was, maar leefde. Zij hadden immers de gekruisigde opnieuw levend ontmoet en konden niet zwijgen over wat zij gehoord en gezien hadden. Door hun getuigenis en hun verkondiging is het christen-dom ontstaan en heeft het 16 eeuwen lang, weliswaar met vallen en opstaan, kunnen groeien en zelfs bloeien.

Toen kwam in de 17deeeuw de tijd van de ‘Verlichting’, de tijd waarin de menselijke rede vergoddelijkt werd, maar waarin God slechts werd beschouwd als een restant van die duistere middeleeuwen. De mens wilde nu de plaats van God innemen, helemaal autonoom zijn, en alles zelf beschikken. Zo werd het atheïsme geboren. In de 18 de eeuw geeft de Duitse Filosoof Friedrich Nietzsche, wat dit betreft, de samenvatting van het verlichtingsdenken: God is dood. In zijn boek de ‘Vrolijke Wetenschap’ voert Nietzsche een krankzinnige ten tonele die overal in de stad, met een lantaarn in de hand, wanhopig op zoek is naar God. Hij vindt God nergens meer en roept uit:” wij hebben God gedood, wij zijn allen moordenaars! En de krankzinnige besluit: waar zijn die kerken nog voor nodig als zij nog enkel de grafmonumenten zijn van een dode God?  De westerse wereld heeft helaas deze ‘God-is-dood-theorie’ grotendeels overgenomen. Tot op de dag van vandaag bloeit het atheïsme weelderig in bepaalde intellectuele kringen, en de gewone mensen leven alvast alsof God niet bestaat.  God wordt dan ook voor hen in alle talen dood-gezwegen of via ‘brood en spelen’ van hen weggeleid.

Maar wat is er met de mens gebeurd na de dood van God? Is er met de dood van God geen leegheid gekomen en onverschilligheid? Omdat er toch geen God is bij wie men zich moet verantwoorden, leeft ieder voor zich, hoewel men veelal niet zal toegeven dat dit individualisme zijn oorsprong vindt in de begrafenis van God. Nochtans, heeft de dood van God ook niet de begrafenis meegebracht van het goede, het schone en de ware liefde? Uiteindelijk zal de dood van God de definitieve dood van de mens inluiden: de mens wordt behandeld als een geslachtsneutraal voorwerp, een nummer, een tijdelijk werk- of wapentuig. Na de bewezen diensten voelt de mens zich niet meer nuttig of zelfs waardeloos. Als hij dan lichamelijk of psychisch lijden ontmoet, zoekt hij in een zwak moment de oplossing in de zelfgekozen dood. Een atheïstische levensvisie wil hieraan meteen tegemoet komen door euthanasie en hulp bij zelfdoding voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk te maken. Eigenaardig genoeg beweert het atheïsme ondertussen dat God het is die niet meevoelt met de lijdende mens, terwijl het zelf, door de ontkenning van God, iedere lijdende mens of terminale patiënt de hoop heeft ontnomen, de hoop op een toekomst na de dood. De waarheid bestaat daarom hierin dat de mens in leven en in dood alleen veilig is bij God, ofwel totaal ten onder gaat. Dit laatste heeft niemand minder dan Gods eigen zoon verhinderd. Door zijn kruisweg en kruisiging heeft Hij al het menselijke lijden en sterven mee ondergaan, en het uiteindelijk overwonnen!

Goede vrienden, het wordt weer Pasen. We vieren dat de Heer Jezus uit de dood is opgestaan. In het westen zullen ook wij moeten opstaan uit de ‘God-is-dood-theorie’. Door te belijden en te vieren dat Jezus de dood heeft overwonnen, roepen wij een einde toe aan de cultuur van de dood. Niemand beweert dat deze omschakeling gemakkelijk zal zijn of van zelf zal komen. Maar onze inspanning zal de moeite waard zijn voor de komende generaties. Na Pasen doet Jezus ons uitdrukkelijk deze belofte: “ Ik leef, en ook gij zult leven!”(Joh 14,19)

Pastoor Karl Abts