Paus Franciscus op vrijdag 27 maart (deel 2)

Vorige week gaven we het eerste deel weer van de toespraak van paus Franciscus (27 maart) over de coronacrisis. Wij geven nu een tweede deel, ook gebaseerd op het evangelie van de storm op het meer. De foto’s die hierbij gepubliceerd worden tonen de paus bij het grote miraculeuze kruis (uit de San Marcello al Corso kerk) dat tijdens de pestepidemie van 1522 door de stad Rome was gedragen.

De storm van de coronacrisis ontmaskert onze kwetsbaarheid en brengt die valse en nodeloze zekerheden aan het licht waarmee we onze agenda's, onze plannen, onze gewoonten en prioriteiten hebben opgebouwd. Het laat ons zien hoe we datgene hebben laten inslapen en verwaarlozen wat ons voedt, steun geeft en ons leven en onze samenleving versterkt. De storm legt al onze voorverpakte ideeën bloot alsook onze vergeetachtigheid over wat de ziel van onze volkeren heeft gevoed; ook komen nu al de pogingen aan het licht die ons willen verdoven met manieren van denken en doen die ons zogenaamd zouden redden, maar die in plaats daarvan onbekwaam blijken ons in contact te brengen met onze wortels en met de ervaring van onze voorouders. Zo ontnemen we onszelf de antistoffen die we nodig hebben om tegenslagen het hoofd te bieden.

Met de storm is de schmink weggevallen van die stereotypes waarmee we onze ego's, die zich altijd zorgen maken over ons eigen imago, verstoppen. Hierdoor werd weer die (gezegende) gemeenschappelijke verbondenheid zichtbaar waaraan we ons niet kunnen onttrekken: de verbondenheid als broeders.

Heer, uw woord treft ons en gaat ons allen aan. In onze wereld, waar U meer van houdt dan wij, zijn we op volle snelheid verder gegaan. We voelen ons sterk en tot alles instaat. Belust op winst hebben we ons laten opslorpen door de dingen en ons laten versuffen door de haast. We hebben niet stil gestaan bij uw oproepen. We zijn niet ontwaakt door oorlogen en planetair onrecht. We hebben niet geluisterd naar de kreet van de armen, en van onze ernstig zieke planeet. We gingen onverschrokken verder, met de gedachte dat we altijd gezond zouden blijven in een zieke wereld. Nu, terwijl we ons in stormachtige wateren bevinden, smeken we U: Word wakker Heer!

Waarom zijt ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit? (v. 40) Heer, roep ons op, doe een beroep op ons geloof. Dat is niet zozeer geloven dat Gij bestaat, maar naar U toe komen en U vertrouwen. In deze veertigdagentijd (vermits uitgesproken op 27 maart) klinkt uw dringende oproep: Bekeer je!, Keer tot Mij terug, van ganser harte (Joël 2,12). Gij roept ons op om deze tijd van beproeving aan te grijpen als een gunstige tijd om te kiezen. Het is niet de tijd van ‘uw’ oordeel, maar van ‘ons’ oordeel. De tijd om te kiezen voor wat telt of voor wat voorbij gaat, om te onderscheiden tussen wat nodig is en wat niet. Het is de tijd om de route van ons leven opnieuw op U te richten, Heer, en op de anderen. En we kunnen (om die keuze te maken) kijken naar zoveel voorbeeldige metgezellen die, ondanks angst, op de beproeving hebben gereageerd door hun leven te geven. Dat is de werkkracht van de Geest die wordt uitgestort en vorm geeft aan moedige en edelmoedige toewijding. Het is het leven van de Geest dat in staat is om te verlossen, te waarderen en te laten zien hoe ons leven opgebouwd en in stand gehouden wordt door gewone mensen die -meestal vergeten- niet verschijnen in de krantenkoppen en tijdschriften of op de grote catwalks van de laatste show.

Maar zonder twijfel zijn zij het die vandaag de beslissende gebeurtenissen van onze geschiedenis schrijven: artsen, verpleegsters en verplegers, supermarktmedewerkers, schoonmakers, verzorgers, vervoerders, ordehandhavers, vrijwilligers, priesters, religieuzen en vele, zeer vele anderen die begrepen hebben dat niemand zichzelf alleen kan redden.

In het licht van zoveel lijden, waarin de ware ontwikkeling van onze volkeren kan worden gemeten, ontdekken en ervaren we het priesterlijk gebed van Jezus: Opdat allen één mogen zijn (Joh 17,21). Hoeveel mensen oefenen nu hun geduld en schenken elke dag hoop, door ervoor te zorgen dat ze geen paniek zaaien maar wel hun verantwoordelijkheid opnemen. Hoeveel vaders, moeders, grootvaders en grootmoeders, leerkrachten laten onze kinderen met kleine en dagelijkse gebaren zien hoe ze een crisis het hoofd kunnen bieden en er doorheen gaan door hun gewoonten aan te passen, hun ogen op te slaan en gebed te bevorderen. Hoeveel mensen bidden, offeren en zijn voorsprekers voor het welzijn van allen. Gebed en stille dienst: dit zijn onze winnende wapens.