Franse revolutie

Gelijkheid - Broederlijkheid Overal smeulde een geest van opstand tegen de oude sleur van zaken en tegen zoveel ondemocratistische instellingen van Jozef II. Maar toen de Fransen de grote rivieren overstaken gedroegen zij zich geenszins als bevrijders van het Oostenrijkse juk. Godsdienstvervolging "...de vermaarde wet van 29 september 1795 over de politie van de openbare eredienst": "Krachtens deze wet waren al de priesters evenals al de openbare ambtenaars gehouden tot een verklaring van verkleefdheid en onderwerping aan de wetten van de Franse Republiek. Zo zij die verklaring niet aflegden, verloren zij hun ambt, en het sekwester werd gelegd op de geestelijke goederen. Deze wet moest ook hier worden afgekondigd. Op verscheidene plaatsen gebeurde dit rond Pasen. Op verscheidene andere werd ze niet geopenbaard, daar de ambtenaars, met die taak gelast, weigerden of de zaak stilletjes wisten aan kant te schuiven. Krachtens deze wet ook, kregen de priesters, die weigerden op de gestelde tijd de verklaring af te leggen en daarna nog enig geestelijk ambt uitoefenden, ten minste drie maanden en ten hoogste één jaar gevangenis en een geldboete van 500 franken. Weinig priesters ondergingen die straffen. Geheel de zomer (van 1797) bleef alles regelmatig voortgaan. Hier en elders werden de kerkdiensten openbaar verricht, zonder dat er iemand tegen opkwam. Op de buiten in 't biezonder was zulks het geval. Doch in 't begin van de maand september (1797) namen de zaken een slechte wending. De wet van 5 september kwam voor de dag; de bovenstaande straffen bleven gehandhaafd en de verklaring van getrouwheid en onderwerping werd veranderd in een eed van haat aan het koningdom en aan de regeringloosheid, van getrouwheid aan de Republiek en aan de grondwet van 't jaar III (= 1795). In de laatstgenoemde wet kreeg het Direktorium de volmacht al de priesters, die de openbare rust stoorden, met aanhaling van gegronde reden, doch zonder enig vonnis, te verbannen naar het buitenland. Aanstonds werd deze wet overal afgekondigd en werd ze ook toegepast. Enige, zeer weinig, priesters legden de eed af; het grootste deel luisterde naar de stem van het geweten, dat de eed verbood. Onmiddellijk werden ze allen gedwongen hun priesterambt vaarwel te zeggen en de herders werden uit hun kerken en woonplaatsen verjaagd. De goederen van pastorijen en kerken werden onder sekwester gesteld. Korts daarna verschenen de besluiten van het Direktorium, waarbij een menigte priesters tot hun straf moesten worden overgevoerd naar Guyanne in Amerika, of naar de eilanden Oléron en Rhee. Tot daar het verhaal van pastoor Luytens, dat we nader toelichten: van 1790 tot 1795 leefden de geestelijken in Frankrijk onder een regime dat een schisma wilde opdringen: bisschoppen door het volk gekozen, zonder tussenkomst van Rome ; een eigen nationale kerk. Voor wie zich niet schikte naar deze verordeningen voorzag de wet een reeks dwangmaatregelen: deportatie, gevangenis, doodstraf. In feite gebeurde hetzelfde in sommige landen achter het IJzeren Gordijn. Tienduizenden Franse priesters en kloosterlingen zijn toen naar verschillende landen uitgeweken. In september 1792 deden onze bisschoppen een oproep tot de gelovigen om de Franse priesters goed te ontvangen. In 1793 waren er ongeveer 20.000 Franse priesters in ons land. Honderden priesters zijn in die jaren in Frankrijk gedeporteerd en vermoord: bv. op 2 en 3 september 1792 werden te Parijs 217 geestelijken afgemaakt; in Nantes werden de geestelijken door kleppen, die in de gevangenisboten waren aangebracht, in de Loire geduwd. Bronnen: De Boerenkrijg Erf en Heem-uitgaven 1974 Sint-Katelijne-Waver

Vergelijkbare artikels